13-10-2010

Websites onvoldoende toegesneden op jongeren

Jongeren tussen 12 en 18 jaar zijn erg actief en sociaal op internet, maar de sites die zij bezoeken zijn onvoldoende toegesneden op hun vaardigheden. Tieners zijn namelijk minder handig online dan vaak wordt gedacht. Ze maken veel fouten doordat ze ongeduldig zijn en slecht lezen. Hierdoor vinden zij vaak niet wat ze zoeken. Jongeren ergeren zich op internet aan reclame, slechte leesbaarheid, onoverzichtelijkheid en registratieverplichting. Websites voor jongeren kunnen kortom veel gebruiksvriendelijker.

Dit blijkt uit het op 4 oktober 2010 gepubliceerde onderzoeksrapport ‘Einstein bestaat niet’ van het programma Digivaardig & Digibewust, waarin 65 tips worden gegeven om websites voor jongeren te verbeteren. Enkele andere opvallende resultaten uit de online enquête onder 501 jongeren en persoonlijke interviews met 30 jongeren:

– Jongeren zeggen dat zij bepaalde sites niet bezoeken uit angst voor virussen. Veel jongeren downloaden echter wel en beseffen te weinig dat daarbij de kans op een virus veel groter is. 
– Scholen hebben weinig computers vinden de jongeren, en het is vaak niet mogelijk om met digitaal lesmateriaal huiswerk via internet te maken. 67% van de jongeren geeft aan dat zij dit leuker zouden vinden dan huiswerk op papier. 
– 38% van de jongeren brengt op doordeweekse dagen één tot twee uur door op internet  als vrijetijdsbesteding. Het web wordt vooral gebruikt voor chatten met bekenden (79%) en huiswerk (78%). 
– Jongeren antwoorden in eerste instantie dat ze niet veel op internet zitten. Maar na doorvragen ligt dat anders: internet komt op plaats twee van vrijetijdsbesteding. Op één staat naar buiten gaan met vrienden, maar ‘internetten’ komt voor de mobiele telefoon of sporten.
– Een vijfde van de onderzochte jongeren heeft thuis geen eigen computer. 
– 9% van de jongeren tussen 12 en 18 jaar spreekt af met mensen die ze alleen via chat kennen. 
– 42% van de jongeren vindt het goed dat ouders af en toe over de schouder meekijken. 26% is het hier niet mee eens. 
– YouTube wordt door 83% van de jongeren graag bezocht, gevolgd door Hyves (78%), Hotmail (62%) en Google (62%).

Vrijwel alle geïnterviewde jongeren vinden dat zij handig zijn op internet. Tweederde van de jongeren vindt zichzelf handiger dan de docent (tegenover 31% die zichzelf even handig vindt). Die zelfverzekerdheid blijkt echter niet uit de testjes waaraan jongeren op de computer werden onderworpen. Ze maken weliswaar volop gebruik van sneltoetsen en dat trucje geeft volwassenen de verkeerde indruk. Die denken dat de jeugd alles weet en kan op het web, maar schijn bedriegt: jongeren gaan op internet vaak de mist in. Bij het gebruik van bijvoorbeeld Google voeren ze zelfs simpele zoekopdrachten vaak zonder succes uit. Ze zijn zo ongeduldig in hun zoektocht, dat ze niet goed kijken naar de geboden informatie. Daardoor vinden ze minder snel wat ze zoeken, bijvoorbeeld als ze een passend abonnement voor hun mobiele telefoon proberen te vinden of naar informatie over een vervolgopleiding op zoek zijn. Websites voor jongeren zouden daar beter op kunnen inspelen.
 

Het rapport ‘Einstein bestaat niet’ is op maandag 4 oktober 2010 door jongeren uit de DigiRaad overhandigd aan demissionair minister van Economische Zaken Maria van der Hoeven. De demissionair minister onderschrijft het belang van het rapport: “Jongeren groeien op in een samenleving waarin internet steeds belangrijker wordt. Goede kennis van hoe zij een site gebruiken brengt economische en maatschappelijke voordelen met zich mee.  Jongeren kunnen bijvoorbeeld beter worden ondersteund bij het juiste gebruik van e-mail en internetsites bij sollicitaties en bij de bescherming van hun persoonsgegevens.”
 

Marjolijn Bonthuis van Digivaardig & Digibewust vult aan: “Jongeren zouden op school vaardiger gemaakt kunnen worden. Tegelijkertijd kunnen websites meer rekening houden met jonge gebruikers.” Het onderzoek biedt hiervoor in totaal 65 praktische tips met toelichting. Het is uitgevoerd door Remco Pijpers  van Stichting Mijn Kind Online, Thomas Marteijn en Eline Dijkerman (MetrixLab). Remco Pijpers licht toe: “Nog niet eerder is in Europa een dergelijk onderzoek naar gebruiksvriendelijkheid van het internet (usability) onder jongeren uitgevoerd. Deze kennis kan helpen om websites aan te passen op de vaardigheden van jongeren”. Het onderzoek is hier te downloaden.